Kun je iets over jezelf vertellen?
Ik ben Veerle, 27 jaar en woon sinds twee jaar in Deventer. Mijn vriend en ik hebben een huis gekocht en daar hebben we de afgelopen tijd behoorlijk wat uren in gestoken. Inmiddels kunnen we er langzaam van genieten en kook ik graag in onze nieuwe keuken.
Als ik vrij ben, ga ik ook graag wat verder van huis. Vorig jaar reisde ik door Kirgizië. We hebben daar veel paardgereden, midden door een landschap dat totaal anders is dan hier. Vooral die indrukwekkende natuur is me bijgebleven. Verder maak je me blij met een goed boek, een mooie wandeling en een bootcamptraining.
Je bent in 2020 afgestudeerd als optometrist. Hoe ontdekte je daarna welke kant je op wilde?
Mijn eerste drie jaar werkte ik in het ziekenhuis. Ik heb daar veel geleerd, maar merkte gaandeweg dat ik iets miste. Ik wilde meer tijd hebben om te horen waar iemand in het dagelijks leven écht tegenaan loopt en daar samen mee aan de slag gaan.
Zo kwam ik uiteindelijk terecht bij werk dat vergelijkbaar is met low vision. Daar vielen voor mij een aantal dingen op hun plek. Soms komt iemand binnen met een heel eenvoudige wens: ‘Ik wil de krant weer kunnen lezen.’ Dan vind ik het mooi om samen uit te zoeken wat er mogelijk is. Je bent niet alleen met ogen en zicht bezig, maar vooral met wat voor iemand belangrijk is.
En wat maakte Beter Zien – Revoir vervolgens interessant voor jou?
Ik kende Revoir al via een aantal collega’s die ik door de jaren heen was tegengekomen. Toen ik toe was aan een nieuwe stap, wist ik dat ik dat persoonlijke van low vision niet kwijt wilde. Tegelijkertijd wilde ik mezelf juist breder blijven ontwikkelen.
Die combinatie vond ik hier. Ik kan met low vision bezig zijn, maar werk straks ook op verschillende plekken en krijg zo verschillende kanten van het vak mee. Je ontmoet steeds andere patiënten en collega’s en iedere locatie werkt weer net even anders.
Is die afwisseling iets wat bij jou past?
Zeker. Nieuwe mensen, andere werkwijzen en situaties waar je weer even over na moet denken: daar krijg ik energie van. Het houdt me scherp en geprikkeld.
Maar uiteindelijk zit mijn enthousiasme vooral in het contact met de patiënt. Iemand komt met een vraag die voor hem of haar belangrijk is en vervolgens ga je samen op zoek naar wat wél kan. Als je daarin echt iets kunt betekenen, is mijn dag geslaagd.